Hmmmmmmm


Knallen

Posted in China/Vietnam 2009 by Maurice on the August 27th, 2009

Mijn vakantie zit er helaas zo goed als op. Het zijn 3 nogal vermakelijke weken geweest. Over de laatste zal ik jullie even bijpraten.

Mijn laatste bericht schreef ik toen ik net was aangekomen in Saigon. Het plan was toen om een paar dagen te gaan duiken, met een paar semi-automatische blaffers om me heen te maaien en op een motor te crossen. Van dit plan is niet echt veel terecht gekomen.

Tijdens mijn eerste avond in Saigon besloot ik wat te gaan drinken in een lokaal barretje. Daar kwam ik aan de praat met een Nederlandse kerel, die heel geforceerd op stap wilde gaan, aangezien het de laatste avond van zijn vakantie was. Tja, wie ben ik om zulk waterdichte argumenten in twijfel te trekken. Zodoende zijn we fijn wat bakken gaan hakken. Toen het niveau acceptabel begon te worden, ben ik snel naar mijn hotel gegaan om mijn danskleren aan te trekken.

Vervolgens zijn we dus even lekker gaan clubben. Daar kwam ik een Braziliaanse/Angolese schone tegen, waarmee maar gelijk de volgende vier dagen in Saigon heb doorgebracht. De duik- en motorplannen zijn daardoor een beetje in het water gevallen. Desalniettemin heb ik tijdens mij laatste dag toch nog even ongegeneerd met een M60 en een AK47/Kalashnikov mogen blaffen. De Kalashnikov heeft misschien wel een hele fijne terugslag en heeft bovendien de reputatie dat hij altijd (zelfs onderwater) werkt, maar de M60 is pas echt een fijn stukje techniek. Ook het geluid en het imago past helemaal bij mij. Dus: als ik binnenkort een feest geef en jullie je hersens breken over welk cadeau mij te geven, dan houd ik me warm aanbevolen voor een M60.

Goed, knallen dus. De dag erna afscheid genomen en een slopende busreis naar Siem Reap (Cambodja) doorstaan. In de bus twee Canadese meiden ontmoet, waarmee ik de dag erna naar Angkor Wat zou gaan. Ze zouden mij oppikken bij mijn hotel om het zieke tijdstip van 5:30 ’s morgens, maar ze bleken al een half uur eerder gearriveerd te zijn. Wat je allemaal niet moet doorstaan om te mogen genieten van een zonsopgang boven een aardig tempeltje. Anyway, dat is dus helemaal in de soep gelopen en uiteindelijk heb ik nog 2 minuten zonsopgang kunnen meepikken. Enigszins knettervermoeid heb ik de dag rond Angkor Wat in mijn eentje doorgebracht. Het was wel zeker de moeite waard, aangezien het echt een belachelijk groot en indrukwekkend complex midden in de jungle is. Dankzij de jungle heb ik alweer iets kunnen afvinken, namelijk aan een liaan slingeren. OK, er zat geen roedel gesjeesde olifanten achter me aan, ook de zwerm bonkige gorilla’s was in geen velden of wegen te bekken, zelfs Jane had ik achtergelaten in Saigon, maar het telt wel degelijk.

De dag erna heb ik een afschuwelijke busrit naar Bangkok gemaakt, om daar ’s avonds net genoeg bier te drinken om me vandaag enigszins vertiefd te voelen. Niet zo relevant allemaal.

Nu zit ik weer in Shanghai. Als ik eens om me heen kijk in mijn hostel ben ik bang dat het een rustig avondje gaat worden. Misschien kan ik nog afspreken met het Oekraiense fotomodel, die ik tijdens de heenvlucht heb ontmoet, maar dat verhaal zal vermoedelijk met een sisser aflopen, aangezien ze het nogal druk had met een castings en weet ik veel wat zo iemand doet.

Goed, mijn vakantie zit er dus op. Het alleen reizen is 100 procent meegevallen en ik zou het zo weer doen. Dat neemt niet weg dat het toch ook wel erg leuk is als er wat homies bij zijn, zo lang dat Herbert maar niet is, want die gast moet ik echt niet.

Vietnam is heel raar

Posted in China/Vietnam 2009 by Maurice on the August 19th, 2009

Ik heb er bijna een week in Vietnam op zitten. Een mooie gelegenheid om weer eens iets te schrijven.
Goed, Hanoi dus. De eerste indrukken zijn dat het er knetterbenauwd is, dat er knetterveel motoren rondrijden, dat die motoren knetterhard rijden en dat de Vietnamezen echt een bende maken van hun land door te pas, maar voornamelijk te onpas knetterveel afval op willekeurige plekken achter te laten. Als toerist wordt je er 100 keer minder lastiggevallen door verkopers van rotzooi dan in China, dus dat is alvast positief. Verder is het taaltje van de Vietnamezen ronduit hilarisch. De meest accurate beschrijving is dat Vietnamees klinkt als een kruising tussen Starvin’ Marvin, een Japanner en een kip.
De eerste dag in Hanoi ben ik het centrum maar wat gaan verkennen, maar dat was eigenlijk meer de tijd doden tot het eerste happy hour om 5 uur ’s middags. Mijn kamergenoten waren wel OK, dus heb ik met een Engelsman, een Welshman (is daar een Nederlands woord voor?) en een Duitse de bar natgehouden. Vervolgens even snel wat gegeten om heel relaxed 50 Cent’s Get rich or die trying te kijken. Dat was een goed idee, omdat we allemaal wel in waren voor een stukje cinematogrische kwaliteit van de bovenste plank. Helaas hebben we de laatste 10 minuten niet kunnen kijken, omdat het volgende happy hour voor de deur stond. Ik kan jullie dus niet verklappen of fitty rijk wordt, of al proberende de pijp aan Maarten geeft.

Na het tweede happy hour was het niveau tot ronduit acceptabele waarden gedaald, dus zijn we met een groep van het hostel naar een vage club gegaan. In Hanoi heerst helaas een dikke curfew. Vandaar ook dat we zo geforceerd moesten beginnen om 5 uur. Rond een uur of 2 à 3, maar toch een topavond met heel veel verschillende cocktails verder, was ik weer terug in het hostel. Helder van geest als ik toen was liep ik mijn kamer binnen, kleedde met uit en kroop ik bed. Een kamer voor gillende Schotse meiden, waarvan er 1 in ‘mijn’ bed lag, deed mij vermoeden dat ik mij niet in mijn eigen kamer bevond, hetgeen klopte. Na enig aandringen hunnerzijds (is dat een woord?) ben ik toch maar naar mijn eigen nestje verkast.

De dag erna ontdekte ik twee dingen. De meest overheersende van de twee was dat mijn kater niet voor de poes was. De tweede constatering had een meer permanente aard, namelijk dat mijn telefoon spoorloos was. De dag heb ik voornamelijk besteed aan het managen van mijn kater. Dit plan heeft falikant gefaald. Ik heb wat als een autistische zombie door Hanoi gewandeld, maar de hitte en het lopen doen je kater niet verdwijnen. Aangezien ik wel een beetje klaar was met deze zure sessie, besloot ik om vroeg te gaan tukken. In het hostel aangekomen kwam ik nog een Deense meid tegen, die de avond ervoor mee op stap was geweest, dus daar heb ik nog even wat mee nagepraat. Uiteindelijk kwam er een 54-jarige Australische kerel bij, die me nog een paar uur zoet heeft gehouden met allerlei bizarre verhalen over zijn leventje in Oost-Timor en Cambodia. Het meest markante verhaal is waarschijnlijk dat hij het volslagen OK vond om in 1974, als 19-jarig jochie, toen de Vietnamese/Amerikaanse oorlog nog vol in z’n vijf stond, even op vakantie te gaan in Saigon. Een voorbeeld is dat hij back in the day eens bij Chiang Rai (Thailand) de grens naar Birma is overgesneakt om vervolgens na een paar dagen terug te moeten vluchten, aangezien ze zich midden op een opiumtransportroute begaven. Uiteindelijk is het dus toch nog een prima avond geworden.

De dag erna wil ik dus naar Ha Long Bay gaan. Dat is een groep van een riante 3.000 eilandjes in de golf van Tonkin. Zodoende probeerde ik vanuit Hanoi de bus te pakken naar Haiphong. Dit beloofde een gezellig, authentiek stadje te zijn, met zo’n 1,7 mio inwoners. Maar goed, Vietnamezen en een beetje fatsoenlijk Engels praten gaat nou eenmaal niet hand in hand. Zodoende kwam ik na een paar uur tot de ontdekking dat ik niet naar Haiphong, maar naar Ha Long City onderweg was. Op zich was dat niet zo’n probleem, want via beide stadjes kun je Ha Long Bay bereiken. Aldus maar eens opgesnorkeld wat de Lonely Planet over Ha Long City te melden had. Enkele quotes:

  • ‘If Ha Long Bay is heaven, Ha Long City can be hell.’
  • ‘…and the beaches are definitely not the best in the region.’
  • ‘it is sin city, with ‘massage’ heavily promoted at every hotel.’

Mooi dus. Eenmaal aangekomen bleek geen woord gelogen. Wat een shithole. Ik heb maar snel een enigszins acceptabel hotel gepakt, om vervolgens te regelen dat ik er zo snel mogelijk weg kon. Vervolgens via het hotel geprobeerd om een tour naar Ha Long Bay te regelen. Volgens een of ander telefoonpopje moest ik om 6 uur ’s morgens wachten in de lobby en dan zou een taxi me naar de haven brengen.

Zo gezegd, zo gedaan. Zodoende me om kwart over het holst van de nacht gemeld om de boot op te gaan. Ik was zeer verheugd toen ik hoorde dat de eerstvolgende boot om 12 uur ’s middags zou vertrekken. Toen ik nogal verbaasd reageerde vonden ze het ook wel goed als ik over 10 minuten wilde vertrekken. Eenmaal op de boot bleek dat een Vietnamese familie uit LA op de boot was gekomen. Zij hadden blijkbaar de hele boot afgehuurd en ik had het geluk dat ik meekon. Na even kennisgemaakt te hebben vonden ze het wel een lumineus idee als ik de hele dag een beetje met hun zou optrekken (Roomie: pay your respect; ik ben omgegaan met locals!). Vanzelfsprekend hebben ze me de hele dag vrijgehouden.

Saillant detail is dat de vader van een van de gezinnetjes hoogstwaarschijnlijk een bezoekje van agent orange heeft gehad, aangezien zijn scheenbenen als enige niet verbrand waren en er op wonderbaarlijke een hele arm incl. schouder ontbraken. Bij de groep was ook een Thaise kerel die de beste man al meer dan 10 jaar kende en er nog nooit naar gevraagd had, dus het leek me niet bijzonder gepast om met al mijn Hollandse plompe directheid te informeren of zoiets nou pijn doet.

Ha Long Bay was in ieder geval tamelijk schitterend. We zijn naar het grootste en meest bekende eiland (Cat Ba) gevaren. Daar hebben we wat op het strand gezeten en gezwommen, om vervolgens weer terug te gaan naar het afschuwelijke Ha Long City. De dag erna had de family een bus gecharterd en kon ik meerijden naar Hanoi. Daar aangekomen ben ik maar even langs mijn hostel gelopen om te kijken of mijn telefoon misschien terecht was. Het bleek dat de Welshman mijn telefoon per ongeluk had meegenomen. Het zal wel komen doordat we samen nogal hard gezopen hebben en hij om 7 uur op moest, terwijl ik om 12 uur nog dacht dat ik doodging. Anyway, mijn telefoon komt wel weer een keer terug. Dit is waarschijnlijk een teken dat Antoine zijn lucky charm heeft laten repareren.

In Hanoi heb ik een vlucht geklust naar Ho Chi Minh City a.k.a. Saigon. Daar zit ik nu, bij gebrek aan hostels, in een prima hotelletje. De buurt waar ik zit bestaat uit een paar straten, waar de meeste backpackershostels en een paar expatbars zitten. Het doet me denken aan Thailand, en dan met name de meer ‘liberale’ kanten ervan. Als ik morgen op tijd wakker ben, wat ik niet vermoed, ga ik naar de Cu Chi Tunnels om een lekker met een AK47, M1 t/m M6, Colt, etc. om me heen te maaien. Zoniet, dan bewaar ik het voor overmorgen. Verder hoor ik goede dingen over Siem Reap/Angkor Wat (Cambodja), dus misschien zit ik daar over een paar dagen.

Er zal dus weer een hoop dingen geregeld moeten worden. Dat gaat in ZO-Azië wel allemaal moeizaam. Alles kan, maar je moet vooral geduld hebben. Beheersing van de Engelse taal is ronduit belabberd. Vervelender is dat de meesten totaal niet met je meedenken, wat in combinatie met dat malafide Engels van ze af en toe echt vermoeiend is. Als je bijvoorbeeld wilt inchecken in een hostel kunnen ze nog net ‘how many nights?’ uitbrengen. Als je ‘two’ of ‘three’ zegt, dan snappen ze het nog. Zeg je ‘two or three’, dan raken ze al van de leg en volgt ‘I no understand’. Als je exact duidelijk maakt welk ticket je wilt hebben, dan kun je het krijgen, maar het zal niet in hun opkomen om te kijken of er gunstigere alternatieven beschikbaar zijn. Gelukkig staat er wel tegenover dat je zo’n beetje 24 uur per dag alles kan regelen, waardoor je knetterflexibel bent in je reisplannen.

Dat was het dan weer. Het alleen reizen bevalt nog steeds wel goed. Het valt me wel heel erg op de echt iedereen een beetje hetzelfde verhaal heeft. Bijna allemaal zijn ze een half jaartje weg. Iedereen doet én Laos én Camboja én Vietnam, daarna Thailand en is voornamelijk bezig met flink de beest uithangen. Weer anderen zijn ronduit ongeïnteresseerd of te dom om te poepen, zoals een of ander vermoeid kasplantje (‘What’s Saigon?’) waarmee ik vandaag een taxi naar het vliegveld deelde. Dit soort mensen kan natuurlijk grondig de hangbuikzwijnendifterie krijgen. Maar af en toe kom je eens wat mensen tegen met een interessanter verhaal, terwijl je het eigenlijk niet verwacht, zoals bijvoorbeeld die Australische dude. En juist dat maakt het wel weer heel erg hip en trendy om in je eentje op reis te zijn.

Draak 2

Posted in China/Vietnam 2009 by Maurice on the August 15th, 2009

Ni hao, bij deze het vervolg van mijn vorige post.

Ik kwam dus veel te vroeg ’s morgens in Changsha. Op het eerste gezicht is het een nietszeggende Chinese stad, ook al wonen er 2,1 mio. Chinezen. Het plan was om de bus naar Guilin te pakken. Tijdens mijn poging een busticket te kopen werd ik geholpen door een Chineesje van zo’n 1m30, die waarschijnlijk haar Engels wilde oefenen. Uiteindelijk heeft ze zo’n beetje de 7 uur die ik op mijn bus moest wachten met mij doorgebracht. Hoe cliché ook, uit de gesprekken werden de verschillen in mogelijk voor Chineesjes versus Nederlanders weer een duidelijk. Nice.

Uiteindelijk een 8 uur durende busreis naar Guilin gemaakt. Daar werd het duidelijk dat de Chinezen een heel andere visie op het concept ‘interpersoonlijke afstand’ hebben. Zodoende vond een Chineesje het normaal om mijn (bonkige) schouders te gebruiken als hoofdkussen. Fine, zij blij.

Uiteindelijk dus aangekomen in Guilin, wat een vrij eigenaardig stadje is. Het is er schoon en mooi, hoewel dat natuurlijk zeer betrekkelijk is in China. Het heeft ook wel iets weg van Las Vegas. In ieder geval heb ik de eerste dag gebruikt om lekker uit te rusten. In het hostel in Guilin zaten eindelijk een paar Westerlingen. Dit waren echter wel veel koppeltjes en zelfs gezinnetjes. Na enige inspanning heb ik mijn principes jegens werkschuw tuig overboord gezet en aangepapt met een Franse hippie, inclusief lang haar en sandalen.

De dag erna heb ik een tocht gemaakt met een bamboebootje over de Li-rivier. Dat was helemaal niet vervelend, aangezien de omgeving nogal mooi is. Vervolgens met de bus naar Yangshuo. Daar eerst met een fiets 1,5 uur langs rijstvelden gecrosst. Afsluitend een ballonvlucht (aanrader!) gemaakt over het stadje (meer dan 800m. hoogte) om vervolgens midden op de weg te landen (heel relaxed). Uiteindelijk weer terug naar Guilin gegaan.

Hierna ben ik met een Israëlische meid naar de Dragon’s Backbone rice terraces in Longshen gegaan. We waren van plan om daar een dikke tocht van 4 à 5 uur te maken. Dit bleek echter niet haalbaar op 1 dag. Zodoende maar besloten om met een georganiseerde tour mee te gaan. Dat voelde tamelijk retarded, hoewel de rijstvelden ondanks het heiige weer indrukwekkend waren. Aan onze gids (‘Herro, forrow the yerrow frag!’) wil ik verder niet te veel woorden vuil makelijk, behalve dat hij een kogel verdient. We waren het er dus over eens dat zo’n tochtje de eerste en de laatste keer was.

Tot zover China. In 1 week heb ik dus belachelijk veel gezien. De Chinezen zijn me alleszins meegevallen, hoewel het natuurlijk freaks of nature blijven. Het weekend wilde ik het liefst in een stad doorbrengen. Zodoende ben ik vrijdag ben ik van Guilin naar Hanoi gereisd. Om 7 uur ’s morgens moest ik al de bus hebben. Enigszins vermoeid dacht ik lekker te tukken in de bus. Dat werd mij zo goed als onmogelijk gemaakt door een Chinese trut die urenlang snoeihard ging zitten bellen. Mijn advies: fussileren die snol! De rest van de dag voornamelijk in bussen doorgebracht, om laat in de avond in Hanoi aan te komen. Daar zit ik nou een halve dag. Het is er knetterbenauwd en het is waarschijnlijk de allerdrukste stad die ik ooit gezien heb, maar het is nog te vroeg om er iets zinnigs over te zeggen.

En dan nu het belangrijkste: hoe het alleen reizen bevalt. Zoals gezegd is dat vrij goed. De eerste paar dagen waren wat eenzaam, aangezien er alleen maar tjappies in de hostels zaten. In Guilin was het gelukkig stukken beter gesteld. Het is best wel makkelijk om wat leuke contacten te leggen in de hostels, hoewel ik ook geen denderend interessante mensen ben tegengekomen. Wat ik wel vreemd vind is dat er veel stelletjes en soms zelfs gezinnen in hostels zitten (mijn advies: pak een hotel, beunhazen). Wat verder opvalt is dat het lijkt alsof ik de enige zonder laptop ben (terwijl ik echt goed met laptops kan omgaan). Er zitten echt shitloads aan reizigers heel geforceerd ‘bezig’ te zijn, in plaats van alleen te zijn. Leuk heur. Ik hoop zeer hard dat mijn roomie mij gerust kan stellen dat dit in andere landen niet zo erg is. Maar goed, hoe dan ook vliegt de tijd om. Ik ga nu even wat te eten regelen en daarna eens kijken of er wat te beleven in mijn hostel in Hanoi.

Check je later.

Een draak van een land

Posted in China/Vietnam 2009 by Maurice on the August 13th, 2009

Laat ik beginnen met een applaus voor mezelf. Dat lijkt me gepast, aangezien mijn eerste week alleen door China reizen erop zit. Ik kan niet anders dan zeggen dat het vrij goed bevalt.

Het begon al goed. Mijn telefoon met een shitload aan muziek overleed de avond voor mijn vertrek. Die kon gelukkig op de valreep live-on-stage gerepareerd worden in Amsterdam, dus dat was de eerste meevaller. Daarna naar Moskou gevlogen, om bij onze kameraden over te stappen richting Shanghai. Tijdens de laatste vlucht had ik het geluk om naast een Oekraieens fotomodel te zitten, in plaats van bijvoorbeeld 1 van de 4 vettige, zweterige Armenen met een collectief intelligentiequotient van pak-me-beet 40. Met de Oekraiense schone heb ik de hele vlucht zitten praten. Als alles goed gaat zie ik haar weer in Shanghai voordat ik terugvlieg. Goed, je kunt het beroerder treffen. Misschien komt het wel door Antoine’s lucky charm, die ik dag en nacht bij me draag en waar ik allemaal rare dingen mee doe.

Enigszins vermoeid kwam ik dus aan in Shanghai. Aldaar de intergelactic ni-hao-express genomen, die me met 300 km/h in het centrum bracht. Daar vond de eerste confrontatie met de gevreesde buitenlucht plaats. De smog is minstens even goed vertegenwoordigd als 4 jaar geleden, maar de hitte was stukken draaglijker. Nu heb ik wel het vermoeden dat mijn aandeel in de laatste constatering groter is dan die van de Chinezen.

In Shanghai heb ik een relaxte kamer voor mezelf gepakt, om daar eens een grondig uiltje te knappen. ’s Avonds en de middag erna heb ik wat door de stad geslenterd om te bevestigen wat ik al vermoedde: ik vind het een sfeerloze poepstad. Toegegeven: het is er stukken schoner dan 4 jaar geleden, en de stank valt alleszins mee, maar alleen daarvan wordt het niet gezelliger.

Zodoende ben ik dus de tweede avond naar Zhangjiajie gevlogen. Na veel gehannes met taxibeunhazen eindelijk mijn hostel gevonden. En wat schertst mijn verbazing? Er zitten allemaal Chinezen, die de hele nacht losgaan op karaoke. Fijn. Maar goed, ik kwam er voor het Wulingyuan-park. Daar zou ik de volgende dag gaan rondtrekken, overnachten, om de volgende dag weer te arriveren in Zhangjiajie. Het park herbergde wel 1 van de meest bizarre landschappen die ik ooit heb mogen aanschouwen, met honderden hele smalle en hoge rotspilaren en bovendien de hoogste natuurlijke brug ter wereld. In het park hing een gezellige sfeer, met zo’n 20.000 Chinezen en 5 Westerlingen. Het waren ronduit te veel Chinezen om rustig van het park te kunnen genieten. Ze waren niet zo irritant als ik van ze gewend ben. Sterker nog, ze wisten zich prima te gedragen. Het waren er gewoon belachelijk veel. Daardoor had ik het meeste al in 1 dag gezien, dus begaf ik me maar weer naar de uitgang. Aangezien het donker begon te worden, kwam ik op het naderhand net zo lumineuze idee om met de kabelbaan naar de beneden te gaan. In 1,5 uur in de rij staan is mjn geduld met de Chinezen vrij hard op de proef gesteld. Maar eenmaal beneden ontfermde een Chinees vrouwtje van een of ander luxe tourgezelschap zich over mijn lot, waardoor ik helemaal gratis en voor niets werd teruggebracht naar Zhangjiajie.

Dat was nogal een gat. De Chinezen beseffen bijvoorbeeld niet dat voor mij vrij storend is wanneer 20 Chinezen (40 spleetoogjes) toekijken hoe ik een eend naar binnen zit te vouwen. Er was ook ronduits niets te doen in het stadje. Zo snel mogelijk weg naar Guilin dus. Mijn Lonely Planet suggereerde dat ik binnen 3,5 uur in Changsha kon zijn met de bus. Dat bleek 13,5 uur. Yo, bedankt.

Zodoende mij om 6 uur ’s morgens op het vliegveld gemeld om de eerste vlucht naar Changsha te pakken.

Godverdomme: dankzij de crap-internetverdbinding hier is mijn laatste half uur aan schrijfwerk voor niets geweest. Dat houden jullie dus tegoed.

Buenos turdes

Posted in Zuid-Amerika 2007 by Maurice on the August 22nd, 2007

Lieve mensen,

Het avontuur in Argentinië zit er weer bijna op, hetgeen gewoon kut is. Enfin, hier volgt een samenvatting van de afgelopen tijd.

In Puerto Madryn hebben we natuurlijk walvisjes gekeken. Met een tour met reisleider ‘Ugo hebben we een rondje gemaakt op het schiereiland. We hebben zo’n beetje alle beesten gezien die het eiland te bieden heeft, zoals mara’s, choiques, guanaco’s en zeeolifanten. Helaas ging de geplande boottocht, waarbij we dichtbij walvissen zouden kunnen komen, niet door vanwege een laf briesje. Gelukkig hadden we ’s morgens op het strand al keiharde spuitactie vanaf, pak me beet, een meter of 20 kunnen waarnemen. En uiteraard zijn we ’s avonds op stap geweest.

walvis.JPG  zeeleeuwjump.JPG mvv.JPG bierfoto.JPG

Na het verwerken van de onvermijdelijke kater hebben we de bus gepakt naar Santa Rosa. Het doel was paardrijden op de pampa’s en dat is dan ook gelukt (voor bijna iedereen). Voor de rest is er nagenoeg niets te doen. Het paardrijden was best aardig, alleen kreeg Michel het absoluut niet geregeld. Zelfs toen hij zijn pony een aantal inwendige bloedingen toebracht wilde het beest niet lopen. ’s Avonds hebben we een asado gehad op de estancia. De dag erna was vrij waardeloos en bestond uit het bezoeken van een belachelijke nationaal park waar alle beesten verstopt waren.

Asado stompaard.JPG

Sinds een dag zitten we eindelijk weer in het sowieso fantastische en roemruchte Milhouse, waar we onze laatste dag zullen slijten. Gisteren zijn we naar La Boca gegaan en hebben aansluitend een tangoshow bezocht. Dat was zo fantastisch, dat we misschien nog wel een keer gaan. ’s Avonds in Milhouse was het weer the usual. Vandaag hebben we Puerto Madero bezocht, waar we voor een roepie en een sheckel een driegangenkaterbrunch geknald hebben en vanavond zal het wel weer los gaan.

laboca.JPG bombonera.JPG

Dat was het weer. De komende dagen moeten we helaas afscheid van Buenos Aires nemen. Ik wil afsluiten met wat foto’s willekeurige foto’s en een eeuwenoude uitspraak van een grote neger: “poor some liquor for the homies that passed away”.

Hasta la vista, baby.

boyband.JPG croc.JPG fuckinggay.JPG gletsjeroffroad.JPG kopter.JPG sjarel.JPG snowqueer.JPG snowbeauty.JPG

Fotootje

Posted in Algemeen by Maurice on the August 15th, 2007

Vooruit, nog eentje dan…

meer.JPG

 

Wat nou, koud?

Posted in Algemeen by Maurice on the August 15th, 2007

Hallo, vogels. We hebben weer wat topattracties afgevinkt, hoor. Onlangs hebben we wat gletsjers bekeken in El Calafate. De eerste dag zaten we op een boot en hebben we wat in het bos rondom de gletsjers rondgewandeld. Helaas was het zicht vanwege sneeuw zeer slecht en hebben we de grootste gletsjers niet eens kunnen zien, hoewel de boot er vlak voor voer. Enfin, de dag erna was beter. We hebben een Perito-Morenogletsjer (zie el foto) bezocht en die was heel wat beter zichtbaar. Het zonnetje brak zelfs even door, met als gevolg afbrokkelde ijsschotsen. Dat is fantastisch om te zien. Zoiets doe je gewoon maar één keer.

Glaciar Perito Moreno

In El Calafate hebben we Yvette uit Boxtel ontmoet. Met haar zijn we naar Puerto Madryn gereisd, waar we vanmiddag aankwamen. In de haven waren al walvissen te zien. Verder hebben we nog een rondleiding op een Argentijnse marineboot gekregen. Morgen vinken we in één keer het hele eiland af. Er doen reeds roddels de ronde dat er een paar Orca’s en pinguïns omennabij het strand flaneren cq. banjeren. Statistisch gezien (alles gaat helemaal goed) zien we die beesten sowieso.

Donderdag gaan we pampa’s knallen in de omgeving van Santa Rosa en daarna misschien door naar Mendoza en nog misschiener naar Santiago de Chile.

Chapeau.

Moe

Posted in Zuid-Amerika 2007 by Maurice on the August 11th, 2007

We zitten nu zo’n twee weken in Argentinië en hebben voor de eerste keer eens de gelegenheid om uit te rusten. De afgelopen weken zijn er druk, maar ook sowieso fantastisch geweest.

Na de helikoptervlucht in Brazilië over de watervallen zijn we teruggereden naar Buenos Aires. Daar verbleven we in het Milhouse hostel, dat sowieso een aanrader is voor iedereen die ooit naar B.A. gaat. Iedere avond kun je er op stap of gewoon drinken in het hostel met andere reizigers, waarvan de meeste uit de VS, UK of Australië komen. We hebben daar wat vrienden gemaakt en zijn twee avonden naar discotheken geweest. De eerste avond werd het een aardige 9 uur ’s morgens, de tweede avond een brave 7 uur. Voor Argentijnse begrippen is dat vroeg, aangezien die lui pas om 2 uur op stap gaan en doortrekken tot 1 uur ’s middags. Ze eten dan ook pas om 12 uur ’s avonds. Alsof het allemaal nog niet gestoord genoeg is bestaat de avondmaaltijd niet uit een lichte snack, maar grote lappen biefstuk (500 gram) die je strategisch van de flanken moet aanvallen om ze soldaat te kunnen maken. Tommy Wokkels heeft 4 weken lang iedere dag steak gehad en ik ga vanavond misschien mijn eerste steakloze avond beleven.

Genoeg over steak (voorlopig). Na twee keer op stap te zijn geweest in B.A. hebben we een bezoek gebracht aan het roemruchte Bombonera, ofwel het stadion van Boca Juniors. De verwachtingen waren hooggespannen, maar voor het niveau zou MVV zich nog schamen. Regel is dat een speler eerst moet proberen 4 tegenstanders te passeren alvorens een waardeloze voorzet te geven, liefst zo traag mogelijk. Aldus een deceptie.

De dag erna hebben we de boot genomen naar Montevideo. Hoewel de naam wellicht idyllisch in de oren klinkt en beelden oproept van een moderne stad vol palmbomen, kunnen we niet anders concluderen dan dat de Uruguayanen er een bende van gemaakt hebben. Overal ligt afval, huizen staan op instorten, alles stinkt naar uitlaatgassen. Om het af te maken is er gewoon niets te doen. Van maandag tot en met donderdag hoef je niet te verwachten dat je ergens op stap kunt gaan. Alles is gewoon dicht. Beetje raar voor een stad waar toch zo’n 1,3 mio. mensen wonen. Enfin, in Montevideo hebben we een city tour gemaakt, waardoor we eigenlijk wel alles van Uruguay weten wat er te weten valt (stel gerust vragen). Dat is niet veel, want het land is echt saai. Gelukkig was er ’s avonds een voetbalwedstrijd tussen het Uruguayaanse Defensor en een Paraguayaanse club voor een Zuid-Amerikaanse UEFA-Cupequivalent in het legandische Olympisch stadion. Hier was tenminste wel strijd en Defensor won met 2-1. De dag erna hebben we Colonia del Sacramento bezocht. Dit is een zeer saai stadje met een koloniaal verleden en toevallig het plaatse waar we de boot naar B.A. moesten pakken. We zijn helemaal klaar met Uruguay.

’s Avonds hadden we afgesproken met wat vrienden uit het hostel om te gaan pubgolfen. Op Wikipedia kun je opzoeken wat het is en je gaat het sowieso nog meemaken. Een en ander liep weer eens geweldig uit de hand en de dag erna bracht dus niet veel spectaculairs. ’s Avonds hebben we onder het genot van een doos Corona afscheid genomen van Mark en Tomas (na hun kamer volledig verbouwd te hebben, uiteraard bij wijze van grap) om het vliegtuig te nemen naar Rio Gallegos (Patagonië). De slopende reis werd opgevolgd met een niet veel meer verfrissende busreis naar El Calafate, waar we nu zijn. We hebben een prachtige kamer en morgen komt dan eindelijk een van de (vele) hoogtepunten van de vakantie: een bezoek aan de gletsjers. We blijven hier een paar dagen en gaan daarna walvissen slaan in Puerto Madryn. Vanavond gaan we nog even snel iets te eten halen en vroeg naar bed, om enigszins herpakt te zijn voor morgenvroeg. En nu ga ik eten.

Daag.

Brasociaal

Posted in Zuid-Amerika 2007 by Maurice on the August 3rd, 2007

Even een kleine statusupdate:

Gisteren zijn we voor een dagje naar Foz do Iguacu (Brazilië) gegaan. Aldaar hebben Tommy Wokkels en ik een helikoptervlucht over de watervallen gemaakt. Als je de foto bekijkt zul je zien dat we echt een waardeloze vakantie hebben. We zijn echt jaloers op mensen die in Nederland tentamens moeten inhalen en dergelijke. 

Iguazu vanuit helikopter 

Na het nuttigen van een steak zijn we weer richting Argentinië gegaan om daar de bus naar Buenos Aires te nemen (20 uur). We verblijven nu in een hostel waar iedereen een kater heeft. We zullen ons dan ook zo snel mogelijk aanpassen.

Dag.

Afvinken

Posted in Zuid-Amerika 2007 by Maurice on the August 1st, 2007

Aangezien we in 6 dagen nogal veel gedaan hebben, volgt hier een executive summary van ons Argentijns avontuur.

1. De heenreis

  • Business class vliegen naar New York (incl. champagne, vijfgangendiner, etc.)
  • Central Park
  • Empire State Building (incl. bezoek aan het observatorium op de 86e verdieping)
  • Ground Zero
  • Times Square, Broadway, 5th Avenue

2. Buenos Aires

  • Tangoles (ondersteund door 2 Argentijnse schonen)
  • De beste steaks ooit (gemiddeld een halve kilo)
  • Bier
  • Antiekmarkt waar zelfs authentieke SS-helmen te koop waren

3. Puerto Iguazu

  • Een busreis van 20 uur
  • Parc Nocianal Iguazu (de meest fantastische watervallen ter wereld (incl. Devil’s Throat); met een 500pk sterke speedboot onder de watervallen door varen; met een roeiboot op zoek naar beesten (krokodillen, schildpadden, capucijnenaapjes, toekans, slangen, gieren))

Dit hebben we dus al allemaal achter de rug. Vanavond wordt er prestatiegericht gezopen en morgen gaan we met de bus naar Brazilië, waar we een helikoptervlucht over de watervallen gaan regelen. ’s Middags pakken we de bus terug naar Buenos Aires. Daar gaan we een thuiswedstrijd van Boca Juniors bezoeken, een tweede tangoles nemen en een uitstapje maken naar Montevideo. De tussentijd wordt opgevuld met steaks en bier of wijn.

Tot zover onze belevenissen. Ik ben ook wel benieuwd hoe de rest het maakt in Nederland, hoewel wij het natuurlijk weer veel beter voor elkaar hebben.

Chapeau.

Next Page »