Salam, salam, salam
De vakantie (of beter: totaal irrelevante studiereis) zit er bijna op. Na het vorige bericht hebben we een kerel ontmoet, die een gids bleek te zijn. De eerste dag heeft hij ons Esfahan laten zien en zijn we ’s avonds met een Iraanse familie thee gaan drinken en waterpijp knallen in een hip theehuis.
De dag erna zijn we naar de bergen gereden. Het landschap was echt belachelijk mooi en we zijn tot zo’n 3000 meter hoogte gekomen. Op één dag hebben we in de zon in de woestijn gelopen, met sneeuwballen gegooid, een waterval gezien, in het pikdonker een waterval beklommen (dat dekt de reisverzekering sowieso niet) en bij een of andere leipe bergstam overnacht. Vooral de natuur was erg indrukwekkend. Foto’s volgen snel. Helaas is de internetverbinding hier te gaar om even een fotootje te plaatsen.
De dag erna hebben we op eigen gelegenheid Esfahan bezocht. Vooral de Imam Mosque was ’s avonds prachtig. Daarna zijn we voor Iraanse begrippen zeer decadent gaan eten in een luxe hotel op de elfde verdieping op een ronddraaiend plateau.
Daarna hebben we de nachtbus gepakt naar Teheran, waar we naar het appartement van Mark gegaan zijn. Hij heeft het daar prima voor elkaar, dus zijn we maar even wat slaap gaan inhalen. We hebben vandaag een beetje door Teheran geslenterd en het valt op dat het een smerige, ongezellige stad is. In de verschrikkelijke-steden-hitlijsten komt Teheran binnen op 2 (met stip), waarmee het Heerlen op de voet volgt. We gaan dus ook proberen om morgen te skiën o.i.d. en dan zit het avontuur er helaas weer op.
Nou, daag.