Hmmmmmmm


Vietnam is heel raar

Posted in China/Vietnam 2009 by Maurice on the August 19th, 2009

Ik heb er bijna een week in Vietnam op zitten. Een mooie gelegenheid om weer eens iets te schrijven.
Goed, Hanoi dus. De eerste indrukken zijn dat het er knetterbenauwd is, dat er knetterveel motoren rondrijden, dat die motoren knetterhard rijden en dat de Vietnamezen echt een bende maken van hun land door te pas, maar voornamelijk te onpas knetterveel afval op willekeurige plekken achter te laten. Als toerist wordt je er 100 keer minder lastiggevallen door verkopers van rotzooi dan in China, dus dat is alvast positief. Verder is het taaltje van de Vietnamezen ronduit hilarisch. De meest accurate beschrijving is dat Vietnamees klinkt als een kruising tussen Starvin’ Marvin, een Japanner en een kip.
De eerste dag in Hanoi ben ik het centrum maar wat gaan verkennen, maar dat was eigenlijk meer de tijd doden tot het eerste happy hour om 5 uur ’s middags. Mijn kamergenoten waren wel OK, dus heb ik met een Engelsman, een Welshman (is daar een Nederlands woord voor?) en een Duitse de bar natgehouden. Vervolgens even snel wat gegeten om heel relaxed 50 Cent’s Get rich or die trying te kijken. Dat was een goed idee, omdat we allemaal wel in waren voor een stukje cinematogrische kwaliteit van de bovenste plank. Helaas hebben we de laatste 10 minuten niet kunnen kijken, omdat het volgende happy hour voor de deur stond. Ik kan jullie dus niet verklappen of fitty rijk wordt, of al proberende de pijp aan Maarten geeft.

Na het tweede happy hour was het niveau tot ronduit acceptabele waarden gedaald, dus zijn we met een groep van het hostel naar een vage club gegaan. In Hanoi heerst helaas een dikke curfew. Vandaar ook dat we zo geforceerd moesten beginnen om 5 uur. Rond een uur of 2 à 3, maar toch een topavond met heel veel verschillende cocktails verder, was ik weer terug in het hostel. Helder van geest als ik toen was liep ik mijn kamer binnen, kleedde met uit en kroop ik bed. Een kamer voor gillende Schotse meiden, waarvan er 1 in ‘mijn’ bed lag, deed mij vermoeden dat ik mij niet in mijn eigen kamer bevond, hetgeen klopte. Na enig aandringen hunnerzijds (is dat een woord?) ben ik toch maar naar mijn eigen nestje verkast.

De dag erna ontdekte ik twee dingen. De meest overheersende van de twee was dat mijn kater niet voor de poes was. De tweede constatering had een meer permanente aard, namelijk dat mijn telefoon spoorloos was. De dag heb ik voornamelijk besteed aan het managen van mijn kater. Dit plan heeft falikant gefaald. Ik heb wat als een autistische zombie door Hanoi gewandeld, maar de hitte en het lopen doen je kater niet verdwijnen. Aangezien ik wel een beetje klaar was met deze zure sessie, besloot ik om vroeg te gaan tukken. In het hostel aangekomen kwam ik nog een Deense meid tegen, die de avond ervoor mee op stap was geweest, dus daar heb ik nog even wat mee nagepraat. Uiteindelijk kwam er een 54-jarige Australische kerel bij, die me nog een paar uur zoet heeft gehouden met allerlei bizarre verhalen over zijn leventje in Oost-Timor en Cambodia. Het meest markante verhaal is waarschijnlijk dat hij het volslagen OK vond om in 1974, als 19-jarig jochie, toen de Vietnamese/Amerikaanse oorlog nog vol in z’n vijf stond, even op vakantie te gaan in Saigon. Een voorbeeld is dat hij back in the day eens bij Chiang Rai (Thailand) de grens naar Birma is overgesneakt om vervolgens na een paar dagen terug te moeten vluchten, aangezien ze zich midden op een opiumtransportroute begaven. Uiteindelijk is het dus toch nog een prima avond geworden.

De dag erna wil ik dus naar Ha Long Bay gaan. Dat is een groep van een riante 3.000 eilandjes in de golf van Tonkin. Zodoende probeerde ik vanuit Hanoi de bus te pakken naar Haiphong. Dit beloofde een gezellig, authentiek stadje te zijn, met zo’n 1,7 mio inwoners. Maar goed, Vietnamezen en een beetje fatsoenlijk Engels praten gaat nou eenmaal niet hand in hand. Zodoende kwam ik na een paar uur tot de ontdekking dat ik niet naar Haiphong, maar naar Ha Long City onderweg was. Op zich was dat niet zo’n probleem, want via beide stadjes kun je Ha Long Bay bereiken. Aldus maar eens opgesnorkeld wat de Lonely Planet over Ha Long City te melden had. Enkele quotes:

  • ‘If Ha Long Bay is heaven, Ha Long City can be hell.’
  • ‘…and the beaches are definitely not the best in the region.’
  • ‘it is sin city, with ‘massage’ heavily promoted at every hotel.’

Mooi dus. Eenmaal aangekomen bleek geen woord gelogen. Wat een shithole. Ik heb maar snel een enigszins acceptabel hotel gepakt, om vervolgens te regelen dat ik er zo snel mogelijk weg kon. Vervolgens via het hotel geprobeerd om een tour naar Ha Long Bay te regelen. Volgens een of ander telefoonpopje moest ik om 6 uur ’s morgens wachten in de lobby en dan zou een taxi me naar de haven brengen.

Zo gezegd, zo gedaan. Zodoende me om kwart over het holst van de nacht gemeld om de boot op te gaan. Ik was zeer verheugd toen ik hoorde dat de eerstvolgende boot om 12 uur ’s middags zou vertrekken. Toen ik nogal verbaasd reageerde vonden ze het ook wel goed als ik over 10 minuten wilde vertrekken. Eenmaal op de boot bleek dat een Vietnamese familie uit LA op de boot was gekomen. Zij hadden blijkbaar de hele boot afgehuurd en ik had het geluk dat ik meekon. Na even kennisgemaakt te hebben vonden ze het wel een lumineus idee als ik de hele dag een beetje met hun zou optrekken (Roomie: pay your respect; ik ben omgegaan met locals!). Vanzelfsprekend hebben ze me de hele dag vrijgehouden.

Saillant detail is dat de vader van een van de gezinnetjes hoogstwaarschijnlijk een bezoekje van agent orange heeft gehad, aangezien zijn scheenbenen als enige niet verbrand waren en er op wonderbaarlijke een hele arm incl. schouder ontbraken. Bij de groep was ook een Thaise kerel die de beste man al meer dan 10 jaar kende en er nog nooit naar gevraagd had, dus het leek me niet bijzonder gepast om met al mijn Hollandse plompe directheid te informeren of zoiets nou pijn doet.

Ha Long Bay was in ieder geval tamelijk schitterend. We zijn naar het grootste en meest bekende eiland (Cat Ba) gevaren. Daar hebben we wat op het strand gezeten en gezwommen, om vervolgens weer terug te gaan naar het afschuwelijke Ha Long City. De dag erna had de family een bus gecharterd en kon ik meerijden naar Hanoi. Daar aangekomen ben ik maar even langs mijn hostel gelopen om te kijken of mijn telefoon misschien terecht was. Het bleek dat de Welshman mijn telefoon per ongeluk had meegenomen. Het zal wel komen doordat we samen nogal hard gezopen hebben en hij om 7 uur op moest, terwijl ik om 12 uur nog dacht dat ik doodging. Anyway, mijn telefoon komt wel weer een keer terug. Dit is waarschijnlijk een teken dat Antoine zijn lucky charm heeft laten repareren.

In Hanoi heb ik een vlucht geklust naar Ho Chi Minh City a.k.a. Saigon. Daar zit ik nu, bij gebrek aan hostels, in een prima hotelletje. De buurt waar ik zit bestaat uit een paar straten, waar de meeste backpackershostels en een paar expatbars zitten. Het doet me denken aan Thailand, en dan met name de meer ‘liberale’ kanten ervan. Als ik morgen op tijd wakker ben, wat ik niet vermoed, ga ik naar de Cu Chi Tunnels om een lekker met een AK47, M1 t/m M6, Colt, etc. om me heen te maaien. Zoniet, dan bewaar ik het voor overmorgen. Verder hoor ik goede dingen over Siem Reap/Angkor Wat (Cambodja), dus misschien zit ik daar over een paar dagen.

Er zal dus weer een hoop dingen geregeld moeten worden. Dat gaat in ZO-Azië wel allemaal moeizaam. Alles kan, maar je moet vooral geduld hebben. Beheersing van de Engelse taal is ronduit belabberd. Vervelender is dat de meesten totaal niet met je meedenken, wat in combinatie met dat malafide Engels van ze af en toe echt vermoeiend is. Als je bijvoorbeeld wilt inchecken in een hostel kunnen ze nog net ‘how many nights?’ uitbrengen. Als je ‘two’ of ‘three’ zegt, dan snappen ze het nog. Zeg je ‘two or three’, dan raken ze al van de leg en volgt ‘I no understand’. Als je exact duidelijk maakt welk ticket je wilt hebben, dan kun je het krijgen, maar het zal niet in hun opkomen om te kijken of er gunstigere alternatieven beschikbaar zijn. Gelukkig staat er wel tegenover dat je zo’n beetje 24 uur per dag alles kan regelen, waardoor je knetterflexibel bent in je reisplannen.

Dat was het dan weer. Het alleen reizen bevalt nog steeds wel goed. Het valt me wel heel erg op de echt iedereen een beetje hetzelfde verhaal heeft. Bijna allemaal zijn ze een half jaartje weg. Iedereen doet én Laos én Camboja én Vietnam, daarna Thailand en is voornamelijk bezig met flink de beest uithangen. Weer anderen zijn ronduit ongeïnteresseerd of te dom om te poepen, zoals een of ander vermoeid kasplantje (‘What’s Saigon?’) waarmee ik vandaag een taxi naar het vliegveld deelde. Dit soort mensen kan natuurlijk grondig de hangbuikzwijnendifterie krijgen. Maar af en toe kom je eens wat mensen tegen met een interessanter verhaal, terwijl je het eigenlijk niet verwacht, zoals bijvoorbeeld die Australische dude. En juist dat maakt het wel weer heel erg hip en trendy om in je eentje op reis te zijn.

One Response to 'Vietnam is heel raar'

Subscribe to comments with RSS or TrackBack to 'Vietnam is heel raar'.

  1. Lucas said,

    on August 20th, 2009 at 13:14

    Heel leuk verhaal enzo maar je gaat natuurlijk wel de extra koeien optie nemen bij het AK-47 maaien.

Leave a Reply